Potosi
Alex, Michael, Karlijn en ik werden allemaal vroeg wakker in Uyuni. Zelfs een half uur voor de wekker. Waarschijnlijk door ons nieuw aangewende ritme om vroeg op te staan en te gaan rijden. Of omdat we er al om 10 uur inlagen. De bus naar Potosi ging om half 10 vanaf het reisbureau, dus eerst even ergens ontbeten. Een traditioneel geklede vrouw runde de hele zaak, van voor tot achter. Ontbijt was goed! Bolivianen kunnen echter niet rekenen (of met een rekenmachine werken) en het duurde dan ook 10 minuten voordat de vrouw hetzelfde wist als wij; het kostte 100 Bolivianos. Vervolgens hebben we de bus naar Potosi genomen.
Het uitzicht tijdens deze rit was erg mooi. Eenmaal daar moesten we een half uur met bepakking op naar het hostel lopen. Potosi is een stinkende stad, met nauwe straten en teveel auto's en busjes. Het hostel was wederom erg goedkoop, maar de hele kamer stonk naar diesel. Niet zo erg verder, maar de bano was ook verschrikkelijk. Eerst maar eens even de stad verkend en wat gaan eten. Ondanks dat de stad zo stinkt is er veel te doen. We hebben een tocht door de mijnen geboekt en zijn toen ergens gaan eten. 's avonds zijn we naar een karaokebar gegaan. De Bolivianen zijn enthousiaste karaoke beoefenaars, maar echt goed zijn ze niet. Nadat elke tafel in de bar had gezongen, werd er foute Italo moonbaton (ofzo, heb het drie keer gevraagd, maar vergeet de hele tijd die Spaanse naam) en begon de hele bar netjes in een rijtje te dansen. Na een paar shotjes tequila konden wij natuurlijk niet achterblijven. Al snel was ik aan het dansen met een zeer oude vrouw en Karlijn met een zeer oude man. En toen werd ook meteen het voordeel van boobs duidelijk. De man bood Karlijn een paar flessen bier aan. We raakten wat aan de praat en hij wilde dat wij ook gingen zingen. In het boekje met overwegend Spaanse zangers en een heleboel fouten (Stivi wonder?) hebben we Michael Jackson met beat it uitgekozen. Alex begon en schreeuwde, nee, blèrde een heel andere zin dan op het scherm stond. Maar mensen konden er wel om lachen.
De dag erna hebben we de mijnexcursie gedaan! We werden opgehaald door een busje en gebracht naar een andere plek waar we onze spullen moesten achterlaten en mijnkleren aan moesten doen. Helm en lamp ed. Samen met een gids (een gekke Boliviaan, Diego), werden we eerst naar de mijnersmarkt gebracht. Daar kochten we, als cadeaus om de mijnwerkers te bedanken voor hun gastvrijheid, dynamiet, coca bladeren en frisdrank. Vervolgens hebben we een kijkje genomen in een ertsverwerkings fabriek en ten slotte gingen we de mijn in.
Dit was voor mij erg bijzonder. We moesten pokkehard achter die gast aanlopen en het werd steeds warmer. Ik ademde zo hard dat ik dacht bijna te gaan hyperventileren. Af en toe kwam er ook een karretje langs waar we voor aan de kant moesten. Toen stopten we gelukkig ergens en kregen we het verhaal van de mijn. Er zijn leden en minimijners. De leden hebben een team van minimijners om de kutklusjes te doen ( scheppen, karretje duwen) en de leden hebben ook een levensverzekering. Erg handig want in de mijn waar wij in waren vallen er elk jaar ongeveer 60 doden. Doch om lid te worden moet je moeilijk veel geld neerleggen. De minimijners krijgen 100 bolivianos per dag. Ze moeten minstens 40 ton erts per dag verwerken. We gingen verder en klommen omlaag in een gat, ik vond het klimmen veel fijner dan het kruipen wandelen. Terwijl we in de mijn waren hebben we de cadeaus aan de mijners gegeven die er niet echt blij om konden zijn. Ook gezien hoe ze werken en waar en dan snap ik ook wel dat je niet blij bent. Uiteindelijk kwamen we langs de 'Tio', de god van de mijn. Een duivel met een dikke pik.
Eenmaal terug in Potosi gingen we de kathedraal in. De gids heeft in een kwartier tijd al onze namen geleerd en elke keer keek hij ons zeer indringend aan en vroeg of wij het begrepen hadden. Erg fijn, want hij sprak erg duidelijk en langzaam. Best wel te volgen dus. Daarna gingen we ergens een biertje doen. Er kwam een Boliviaan binnen om wat flyers uit te delen. Hij ging weer weg en ik vroeg me af waar mijn tas was. Die was dus weg. Ik liep nog naar buiten om te kijken maar ze waren er niet meer. Pro hosselaars. Ik had nog wel door dat er een tweede persoon in de zaak was, maar die dude deed zo raar met zijn flyers; Hij had alle aandacht. Mad skills.
Dus mis nu: zonnebrandcreme, deet, aftersun, pleisters, mijn trui (of Mak's trui), de footprint en het waddenzeeboek!
Helaas maar niet vervangbaar, dus heb al een nieuwe rugzak. MIs vooral de trui en de fotoprint.
De dag daarna zijn we nog de andere bezienswaardigheden van Potosi gaan bekijken; Voornamelijk de Casa de Monada was cool. Omdat Potosi zo'n rijke stad was, werden daar vroeger (18de eeuw) alle munten geslagen. De machines die hiervoor gebruikt werden stonden er nog in originele staat (sowieso zijn in deze museums heel veel voorwerpen echte originals). Ook een heleboel zilveren voorwerpen gezien en waarschijnlijk de mooiste collectie mineralen die ik ooit heb gezien. 's Avonds dificil mucho tequila gedronken in de karaokebar, dus dat was weer vet. Gepraat met een dokter uit een dorp hier in de buurt.
De volgende dag met de bus naar Sucre vertrokken! Waar we nu al 2 dagen zitten.
Dat dagboek komt morgen, maar we vertrekken hier maandag richting Santa Cruz, waar we jungle tour gaan doen. Vanavond ff partijen met wat hostel folk.
BZ
Reacties
Reacties
Mooi verhaal Bob. Gelukkig maar dat je geld en papieren niet gestolen zijn.
Ha bro,
Allemaal goede verhalen. Leuk om te lezen! Minou heeft alweer een andere trui voor je gekrompen, dus dat komt goed als je weer terug bent :). Wat deed je met die fotoprinter? Krijgen we nu geen mooie foto's meer te zien ( die oude treinen foto is echt super!)?
Groet van Minou,
BroM
Ah nee, footprint, de reisgids :)
jeuj, leuk om jullie verhalen te horen!!! :)
heb je nog iets aan mijn mail gehad? ;)
Reageer
Laat een reactie achter!
- {{ error }}